Matrixfuncties
Deze categorie bevat de matrixfuncties.
Wat is een matrix?
Een matrix is een gekoppeld bereik van cellen op een werkblad met waarden. Een vierkant bereik van 3 rijen en 3 kolommen is een matrix van 3 x 3:
|
A |
B |
C |
|
|
1 |
7 |
31 |
33 |
|
2 |
95 |
17 |
2 |
|
3 |
5 |
10 |
50 |
De kleinst mogelijke matrix is een matrix van 1 x 2 of 2 x 1 met twee aangrenzende cellen.
Wat is een matrixformule?
Een formule waarin de individuele waarden in een celbereik geëvalueerd worden, wordt aangeduid als een matrixformule. Het verschil tussen een matrixformule en andere formules is dat de matrixformule verschillende waarden tegelijk verwerkt, niet slechts één waarde.
Een matrixformule kan zowel verschillende waarden verwerken, als verschillende waarden retourneren. De resultaten van een matrixformule zijn ook een matrix.
U hoeft geen formule op elke individuele cel of waarde toe te passen om de waarden in de individuele cellen in bovenstaande matrix met 10 te vermenigvuldigen. In plaats daarvan hoeft u slechts één enkele matrixformule te gebruiken Selecteer een bereik van 3 x 3 cellen op een ander gedeelte van het werkblad, voer de formule =10*A1:C3 in en bevestig deze invoer met de toetscombinatie CommandCtrl+Shift+Enter. Het resultaat is een 3 x 3-matrix waarin de individuele waarden in het celbereik (A1:C3) zijn vermenigvuldigd met de factor 10.
Behalve vermenigvuldiging kunt u ook andere operatoren op het referentiebereik (een matrix) gebruiken. In LibreOffice Calc kunt u optellen (+), aftrekken (-), vermenigvuldigen (*), delen (/), exponenten gebruiken (^), samenvoegen (&) en vergelijken (=, <>, <, >, <=, >=). De operatoren kunnen op elke afzonderlijke waarde in het celbereik toegepast worden en geven het resultaat als een matrix als de matrixformule is ingevoerd.
Vergelijkingsoperatoren in een matrixformule behandelen lege cellen op dezelfde wijze als in een normale formule, hetgeen betekent of als een nul of als een tekenreeks. Als bijvoorbeeld de cellen A1 en A2 leeg zijn, zullen de matrixformules {=A1:A2=""} en {=A1:A2=0} beide een 1 koloms-/2 rijige matrix van cellen teruggeven met WAAR.
Wanneer gebruikt u matrixformules?
Gebruik matrixformules als u berekeningen moet herhalen met verschillende waarden. Als u de berekeningsmethode later wilt wijzigen, hoeft u alleen de matrixformule bij te werken. Wilt u een matrixformule toevoegen, dan selecteert u het hele matrixbereik en moet u vervolgens de vereiste wijzigingen in de matrixformule aanbrengen.
Matrixformules helpen ook geheugenruimte te besparen als meerdere waarden moeten worden berekend, omdat zij het geheugen niet bijzonder intensief belasten. Matrices zijn ook een essentieel hulpmiddel voor het uitvoeren van complexe berekeningen, omdat u meerdere celbereiken in berekeningen kunt opnemen. LibreOffice heeft verschillende wiskundige functies voor matrices, zoals de functie MULTINOMIAAL voor het vermenigvuldigen van matrices of de functie SUMPRODUCT voor het berekenen van de scalaire producten van twee matrices.
Matrixformules in LibreOffice Calc gebruiken
U kunt ook een "normale" formule maken waarin het referentiebereik, zoals parameters, een matrixformule aanduiden. Het resultaat wordt verkregen uit de doorsnede van het referentiebereik en de rijen of kolommen waarin de formule wordt aangetroffen. Als er geen doorsnede is of als het bereik bij de doorsnede meerdere rijen of kolommen beslaat, verschijnt het foutbericht #WAARDE!. In het volgende voorbeeld wordt dit concept nader toegelicht:
Matrixformules maken
Als u een matrixformule maakt met behulp van de Functie-Assistent, moet u het aankruisvakje Matrix telkens selecteren zodat de resultaten in een matrix geretourneerd worden. Anders wordt alleen de waarde geretourneerd in de cel linksboven van de matrix die berekend wordt.
Als u de matrixformule rechtstreeks in de cel invoert, moet u de toetsencombinatie Shift+CommandCtrl+Enter gebruiken in plaats van de Enter-toets. Alleen dan wordt de formule een matrixformule.
Matrixformules worden tussen accolades weergegeven in LibreOffice Calc. U kunt geen matrixformules maken door de accolades handmatig in te voeren.
De cellen in een resultatenmatrix worden automatisch tegen wijzigingen beschermd. U kunt de matrixformule echter bewerken of kopiëren door het hele celbereik van de matrix te selecteren.
Het gebruik van in-regelige matrixconstanten in formules
Calc ondersteunt in-regelige matrix-/arrayconstanten in formules. Een in-regelige matrix wordt omsloten door accolades '{' en '}'. Elementen kunnen zowel een getal (inclusief negatieve), een logische constante (WAAR, ONWAAR) of een letterlijke tekenreeks zijn. Niet-constante expressies zijn niet geldig. Matrices kunnen worden ingevoerd met één of meer rijen en één of meer kolommen. Alle rijen moeten bestaan uit hetzelfde aantal elementen en alle kolommen moeten bestaan uit hetzelfde aantal elementen.
Het scheidingsteken voor kolommen (dat elementen in een rij scheidt) en het scheidingsteken voor rijen zijn van afhankelijk van de taal en taalinstelling. Maar in de help worden respectievelijk ';' puntkomma en '|' sluisteken gebruikt als scheidingsteken voor kolommen en rijen. Bijvoorbeeld, in de Engelese taalinstelling wordt de ',' komma gebruikt als komom scheidingsteken en ';' puntkomma als scheidingsteken voor rijen.
You can view and change the row and column separator in LibreOffice - PreferencesTools - Options - Calc - Formula - Separators.
Matrices kunnen niet worden genest.
Voorbeelden:
={1;2;3}
Een matrix met één rij bestaande uit de drie getallen 1, 2 en 3.
Selecteer drie cellen in een rij en type dan de formule ={1;2;3} met gebruik van de accolades en de punt-komma's om deze matrixconstante in te voeren, en druk dan op CommandCtrl+Shift+Enter.
={1;2;3|4;5;6}
Een matrix met twee rijen en drie waarden in elke rij.
={0;1;2|ONWAAR;WAAR;"twee"}
Een gemengde gegevensmatrix.
=SIN({1;2;3})
Ingevoerd als een matrixformule, geeft als resultaat de drie SIN-berekeningen met de argumenten 1, 2 en 3.
Matrixformules bewerken
-
Selecteer het celbe